Een groenere en gezondere woonomgeving
Hóe groen is groen genoeg? Simpel! Denk aan de 3 – 30 – 300 regel. Deze helpt om onze steden en dorpen groener, gezonder en prettiger te maken.
Geluk zit in een klein hoekje. Letterlijk, want een groene omgeving is niet enkel goed voor onze planeet. Het maakt ons ook gelukkiger. Maar hóe groen is groen genoeg? Simpel! Denk aan de 3 – 30 – 300 regel, en klaar is kees! De eenvoudige regel helpt om onze steden en dorpen groener, gezonder en prettiger te maken. De methode is eenvoudig te onthouden en biedt een concreet meetbaar streefdoel.
De Nederlandse professor Cecil Konijnendijk, expert in stedelijke vergroening, bedacht de 3-30-300 regel, die stelt dat: vanuit elke woning 3 bomen zichtbaar zouden moeten zijn, elke wijk moet kunnen genieten van 30% kroonbedekking door bomen en niemand zou zich verder dan 300 moeten verplaatsen naar een toegankelijke groenzone.
Deze regel is de basis voor de nieuwe Vlaamse groennormen, ter vervanging van de oude uit 1993(!). Hierin wordt gesteld dat elke woning nood heeft aan 3 goed ontwikkelde zichtbare bomen, in de omgeving is 30% grondoppervlakte ingevuld met functioneel groen (dus niet enkel bomen komen in aanmerking, maar ook lage begroeiing is van belang) en toegankelijk groen van aanzienlijke oppervlakte op 300 meter afstand.
Het gebruiken van de 3-30-300 regel biedt gemakkelijk te onthouden doelstellingen die wetenschappelijk gegrond zijn. De vuistregel herleidt het complexe gegeven, voor het ontwikkelen van veerkrachtige en leefbare groene dorpen en steden, naar eenvoudigere doelstellingen. De doelen zijn relatief eenvoudig, helder en volledig objectief te beoordelen. Het creëert zicht op de stand van zaken en toont mogelijkheden om gestructureerd te werken aan het lokale bomen- en groenbestand.
Studies en metingen van 260.000 locaties verspreid over heel Vlaanderen tonen dat momenteel slechts 8,9% locaties volledig voldoen aan de 3-30-300 regel. En 13,5% van de locaties behaalt zelfs geen enkel onderdeel van de regel.
Belangrijk is om zeker te denken op lange termijn. Om het doel te bereiken moet rekening gehouden worden met het begrip tijd. Grote volwassen bomen dienen maximaal behouden te worden en verdienen een degelijk beheer. Deze grote bomen met grote ecosysteemdiensten zijn moeilijk te vervangen door een nieuw kleintje. Het is dus zeker van belang om een divers en gevarieerd bomenbestand uit te bouwen, zowel naar soorten als naar grootte (leeftijd) van de bomen.
Deze Vlaamse groennorm is van toepassing op het openbaar domein. Maar ook wat we in onze tuinen doen (of niet doen) heeft een aanzienlijke impact op de lokale leefkwaliteit. Elke tuin zou idealiter over een eigen (grote) boom kunnen beschikken. Ook kleine tuinen kunnen bijdragen door bijvoorbeeld het planten van kleinere bomen of struiken of klimplanten. Minder verharding en meer waardevol groen… is alvast meewerken aan een betere leefomgeving.
Op zoek naar openbaar groen dichtbij huis? De provincie Antwerpen ontwikkelde de 'Groenzoeker', een platform met groene plekjes en routes.