De 3 - 30 - 300 regel

Een groenere en gezondere woonomgeving

Hóe groen is groen genoeg? Simpel! Denk aan de 3 – 30 – 300 regel. Deze helpt om onze steden en dorpen groener, gezonder en prettiger te maken.



Delen

Geluk zit in een klein hoekje. Letterlijk, want een groene omgeving is niet enkel goed voor onze planeet. Het maakt ons ook gelukkiger. Maar hóe groen is groen genoeg? Simpel! Denk aan de 3 – 30 – 300 regel, en klaar is kees! De eenvoudige regel helpt om onze steden en dorpen groener, gezonder en prettiger te maken. De methode is eenvoudig te onthouden en biedt een concreet meetbaar streefdoel.

De Nederlandse professor Cecil Konijnendijk, expert in stedelijke vergroening, bedacht de 3-30-300 regel, die stelt dat: vanuit elke woning 3 bomen zichtbaar zouden moeten zijn, elke wijk moet kunnen genieten van 30% kroonbedekking door bomen en niemand zou zich verder dan 300 moeten verplaatsen naar een toegankelijke groenzone. 

  • Iedereen in elke stad of gemeente zou vanuit de woonplaats, werkplaats of school minstens 3 goed ontwikkelde bomen (dus bijvoorbeeld geen bonsaibomen, maar volwaardige bomen) moeten kunnen zien. Uitkijken op een groene omgeving verhoogt het mentaal welzijn van mensen. Het kan helpen om stress en vermoeidheid sneller te verlichten en zelfs te versnellen in het herstel van een ziekte. Ook is al aangetoond dat groen mensen creatiever en productiever maakt. Niet enkel het groen zien zorgt hiervoor, ook de hieraan gekoppelde biodiversiteit (zangvogels, vlinders,…) zorgen dat het ritme van de natuur zichtbaar en hoorbaar wordt.

  • Elke wijk heeft groen nodig, want dit zorgt voor een betere levenskwaliteit, zowel sociaal als fysiek. Het creëert ontmoetingsplaatsen en verhoogt slaapkwaliteit. De gezondheidsvoordelen nemen aanzienlijk toe wanneer de kroonbedekking in een wijk ten minste 30% bedraagt. Goed geplaatste bomen kunnen de luchtkwaliteit verhogen en vanaf 40% kroonbedekking is er een sterk verkoelend effect.

  • Een vlotte toegang tot een groenruimte (min. 1 hectare) van goede kwaliteit, zoals bijvoorbeeld een park of bos, binnen een afstand van 300 meter, zorgt voor een fysieke en sociale activatie van burgers. Zulke omgevingen zorgen voor een verlaagd risico op hart- en vaatziekten en diabetes. Door deze eenvoudige regel toe te passen, kunnen we niet alleen de eigen gezondheid en die van onze huisgenoten of collega's verbeteren, maar ook de kwaliteit van onze leefomgeving voor de komende generaties.
© Geel-Bel - Bert Blondeel
© Beerse - Bert Blondeel

Deze regel is de basis voor de nieuwe Vlaamse groennormen, ter vervanging van de oude uit 1993(!). Hierin wordt gesteld dat elke woning nood heeft aan 3 goed ontwikkelde zichtbare bomen, in de omgeving is 30% grondoppervlakte ingevuld met functioneel groen (dus niet enkel bomen komen in aanmerking, maar ook lage begroeiing is van belang) en toegankelijk groen van aanzienlijke oppervlakte op 300 meter afstand.

Het gebruiken van de 3-30-300 regel biedt gemakkelijk te onthouden doelstellingen die wetenschappelijk gegrond zijn. De vuistregel herleidt het complexe gegeven, voor het ontwikkelen van veerkrachtige en leefbare groene dorpen en steden, naar eenvoudigere doelstellingen. De doelen zijn relatief eenvoudig, helder en volledig objectief te beoordelen. Het creëert zicht op de stand van zaken en toont mogelijkheden om gestructureerd te werken aan het lokale bomen- en groenbestand.

Studies en metingen van 260.000 locaties verspreid over heel Vlaanderen tonen dat momenteel slechts 8,9% locaties volledig voldoen aan de 3-30-300 regel. En 13,5% van de locaties behaalt zelfs geen enkel onderdeel van de regel. 

Belangrijk is om zeker te denken op lange termijn. Om het doel te bereiken moet rekening gehouden worden met het begrip tijd. Grote volwassen bomen dienen maximaal behouden te worden en verdienen een degelijk beheer. Deze grote bomen met grote ecosysteemdiensten zijn moeilijk te vervangen door een nieuw kleintje. Het is dus zeker van belang om een divers en gevarieerd bomenbestand uit te bouwen, zowel naar soorten als naar grootte (leeftijd) van de bomen. 

Deze Vlaamse groennorm is van toepassing op het openbaar domein. Maar ook wat we in onze tuinen doen (of niet doen) heeft een aanzienlijke impact op de lokale leefkwaliteit. Elke tuin zou idealiter over een eigen (grote) boom kunnen beschikken. Ook kleine tuinen kunnen bijdragen door bijvoorbeeld het planten van kleinere bomen of struiken of klimplanten. Minder verharding en meer waardevol groen… is alvast meewerken aan een betere leefomgeving.


Op zoek naar openbaar groen dichtbij huis? De provincie Antwerpen ontwikkelde  de 'Groenzoeker', een platform met groene plekjes en routes.

Ontdek de groenzoeker

Hoe wij kunnen helpen als regionaal landschap?

Als Regionaal Landschap zijn wij actief in het buitengebied of op openbare eigendommen, dus niet in tuinen.

We helpen gemeentebesturen, scholen, zorginstellingen, landbouwers en particulieren aan een landschapsvriendelijke omgeving.

  • Wil je een perceel in het buitengebied aankleden met houtkanten, hagen, heggen of (fruit)bomen? Een poel graven of herstellen?
Landschapsloket
  • Zelf aan de slag met je tuin/perceel? We brachten verschillende publicaties uit.
Publicaties